Home  >   Moeten scoreborden verdwijnen bij jeugdvoetbal?
Moeten scoreborden verdwijnen bij jeugdvoetbal?
Moeten scoreborden verdwijnen bij jeugdvoetbal?

Moeten scoreborden verdwijnen bij jeugdvoetbal?

Kalender donderdag 12 februari
Steeds meer sportbonden kiezen ervoor om geen scorebord meer te gebruiken bij de jongste jeugd. Het zou te dwingend zijn en plezier moet voorop staan. Michiel Masselink liet zijn licht schijnen op deze materie.

Yara van Gendt, sportpsycholoog, merkt op dat het wel heel zichtbaar is of het goed of slecht gaat. "Ik denk dat vooral de ouders, en de volwassenen die ernaar kijken, daar een oordeel over hebben."

 Ik denk dat vooral ouders bezig zijn met de uitslag.

Yara van Gendt, sportpsycholoog

"Die zullen hun kind het eerste na een wedstrijd vragen of ze gewonnen of verloren hebben. Maar ja, hoort het er niet gewoon bij dat kinderen ook gewoon leren om te winnen en te verliezen? Ja, als ze dat nooit ervaren, kunnen ze ook niet leren hoe ze daarmee om moeten gaan en hoe ze weerbaar kunnen worden. Daar moeten ze wel ervaring in opdoen. Er moet wel aandacht zijn dat winnen en verliezen bestaat, maar dat het niet alleen maar gaat om het winnen en verliezen."

Michiel Masselink bekijkt het zo : Als ik het item bekijk bekruipt mij het gevoel dat sportbonden het niet doen in het belang van het kind, maar zich richten op de ouders die meer en meer de focus leggen op het winnen of verliezen van hun kind. En kan je misschien concluderen dat sportbonden daardoor eigenlijk tekort doen aan de ontwikkeling van het kind: het weerbaar maken en leren omgaan met winst en verlies. Want juist met sport leren kinderen omgaan met winst of verlies.

Ik herken het wel: ik heb járen in de volleybalwereld rondgelopen, jeugdteams getraind, wedstrijden gecoacht en ook de hele jonge kinderen (6-8 jaar) gefloten tijdens wedstrijdjes. En dus ouders aan de kant gehad die fanatiek meejoelden, juichten of schreeuwden. Het is net als de bekende borden bij veel voetbalvelden:

"Ouders die zich langs de zijlijn gedragen als coach worden maandag ingedeeld als jeugdtrainer"

 
Spelfasen in de cognitieve ontwikkeling

De boodschap is helder: laat kinderen spelen. Maar dat staat los van de score. Verlies is geen trauma, het is oefenmateriaal. Jean Piaget (1896-1980) onderscheidt verschillende spelfasen in de cognitieve ontwikkeling van het kind. Waar kinderen rond 2 tot +/- 7 jaar bezig zijn met symbolisch spel, ontstaat het leren en denken rond het regelspel rond 7 jaar. Dan gaat het om opgelegde regels en het winnen en verliezen. Een periode waar daarvoor het coöperatieve spel bij kinderen al ontwikkelt, zonder wedstrijdelement (Mildred Marten).

De Volkskrant heeft ook een artikel gewijd aan dit onderwerp (6 januari, 'Het scorebord heeft het veld geruimd: jeugdsport moet geen wedstrijd zijn')

Het artikel begint met een beschrijving van een volleybalwedstrijd, waarbij de spelers als het publiek de stand niet weten: het scorebord ontbreekt. Nadat ze zoemer is afgegaan worden de handen geschud met de tegenstanders en wordt er naar de uitslag gevraagd. 'We hebben gewonnen! Met één punt verschil!', roept de 11-jarige Elisa verheugd naar haar moeder.

Het is een wedstrijd. Dat gaat om winnen of verliezen. Het is alleen net waar je de focus op legt. En daar heb jij invloed op als trainer, coach en vooral ook als ouder.

Onderzoek

Er is ontzettend veel onderzoek gedaan naar het winnen en verliezen bij jonge kinderen. Enkele conclusies:

1. Competitie en spel zijn natuurlijke leersituaties. Veel studies en kinderpsychologen benadrukken dat spel en sport belangrijke leersituaties zijn waarin kinderen sociale, emotionele en cognitieve vaardigheden ontwikkelen. Winnen en verliezen zijn daar onderdeel van — maar ze zijn niet het doel op zich; ze zijn middelen om te leren. Spelen biedt kinderen de kans om emoties te reguleren en sociale interacties te oefenen.

2. Voor jonge kinderen is winnen en verliezen anders dan bij volwassenen. Peuters (<4 jaar) zijn vooral gericht op plezier, aandacht en zelfexpressie — voor hen kan verliezen snel betekenen dat het spel niet leuk meer is. Ze hebben simpelweg nog niet de cognitieve vaardigheden om perspectief van anderen te nemen of regels goed toe te passen.

3. Leren omgaan met verliezen draagt bij aan emotionele ontwikkeling. Onderzoek en ouderschapsdeskundigen benadrukken dat verliezen een belangrijke rol speelt bij emotieregulatie, frustratietolerantie, empathie en doorzettingsvermogen. Zonder deze ervaringen missen kinderen kansen om veerkracht op te bouwen en te leren hoe ze teleurstellingen kunnen verwerken.

4. Competitie kun je pedagogisch sturen. Veel experts pleiten niet voor verwijdering van competitie, maar voor bewuste begeleiding:

  • Focus op proces en inzet in plaats van resultaat
  • Leg nadruk op vaardigheden en samenwerking
  • Help kinderen om te gaan met emoties rond verlies
  • Gebruik spelvormen waarin iedereen uitdagingen ervaart op een haalbaar niveau Dit helpt kinderen om gezonde motivatie en sportiviteit te ontwikkelen.

Is het alleen maar goed? Nee, uit onderzoek blijkt ook dat er een gevaar schuilt wanneer competitie te vroeg, te intens of te resultaatgericht wordt ingebracht: kinderen kunnen kinderen stress ervaren, motivatie verliezen of zelfs afhaken uit sport en spel. Onderzoek laat zien dat dit bijvoorbeeld bij jeugdteams kan leiden tot burn-out, stress en verlies van plezier.

Iets wat ook blijkt uit het artikel van De Volkskrant, dat heel veel sportbonden jonge jeugdleden verliezen. En dan kom ik toch weer op de ontwikkelingspsychologie bij kinderen: laat hele jonge kinderen lekker spelen in het veld. Laat ze ontdekken, samen spelen. Grasprietjes plukken bij het doel of hoopjes zand maken in het beachveld. Hebben de kabouters of de hele jonge CMV's, kinderen tot zo'n 6 / 7 jaar enig idee of ze gewonnen of verloren hebben? Ze hebben heerlijk gespeeld, in hun beleving. Het zijn vooral de ouders die gebrand zijn op het winnen. Je zou je zelfs af kunnen vragen hoe zinvol het is om voor die leeftijd wedstrijden te organiseren tegen andere verenigingen.

De volleybalbond evalueert momenteel de nieuwe opzet. Peter Van Tarel (NeVoBo) vertelt alvast zijn eerste indrukken:

Volwassenen missen dat scorebord meer dan kinderen.

Al zou ook een meerderheid van de jeugdspelers vanaf level 4 (8-9 jaar) het klassieke telraam terug willen. Tegelijkertijd heeft de onzichtbare tussenstand een andere prettige bijkomstigheid: ‘We hebben een stuk minder last van ouders die zich met de puntentelling bemoeien.’

Omgaan met winnen en verliezen

En dit bevestigt wat ik wil zeggen: trek als sportbonden niet de lijn bij de basisschool jeugd als het gaat om de scoreborden. Kinderen willen winnen en zullen verliezen. In de discussies over winnen en verliezen of competitie uit spel halen worden de theorieën vaak vergeten. Terwijl juist spel met regels (Piaget) en coöperatief spel (Parten) essentieel zijn om:

  • frustratie te leren verdragen
  • sociale regels te begrijpen
  • empathie en zelfregulatie te ontwikkelen

Het element “winnen/verliezen” moet niet verwijderd worden, maar het spel heeft context en begeleiding nodig om gezond en leerzaam te zijn. Focus je als bond dus op het uitdagend maken van het spel bij jonge kinderen. Zoals bij veel sporten al gebeurd is. En betrek ouders daarbij. Laat hen ook ervaren dat het bij kinderen in hele jonge leeftijd 'het om het meedoen gaat' en dat winnen in de beleving van de ouder zit. Niet in het kind.

Onderschat het belang van het leren omgaan van winst en verlies niet. Want wanneer gaan de kinderen het dan leren? Echt niet vanaf hun twaalfde. Want dan komt verlies extra hard aan. En er dan mee dealen.. en dan is dat alleen nog maar een spelletje.

Conclussie

Dus stop met het pamperen. Ouders mogen nooit het argument zijn om het spelelement aan te passen. Je speelt met de ontwikkeling van het kind

 

Bron: Michiel Masselink, De Kennisdelers

Deel dit artikel op social media

Gerelateerde artikelen