Tijdens een persconferentie kondigde Jonathan Lardot, technisch directeur bij het Professional Referee Department (PRD), aan dat in het profvoetbal geen enkel staflid nog een band zal moeten dragen. Het Departement Arbitrage van Voetbal Vlaanderen wil hierbij duidelijk benadrukken dat deze richtlijn enkel geldt voor het profvoetbal en dus niet van toepassing is in de competities ingericht door Voetbal Vlaanderen.
Clubs zullen ook nog geïnformeerd worden over deze wijzigingen tijdens een online meeting op 27 augustus (19u00).
Overzicht wijzigingen
Regel 3 – De spelers
• Beker van België Heren & Vrouwen: vanaf de eerste ronde is een maximaal van 9 wisselspelers toegelaten (maximaal van 5 door te voeren wissels op 3 momenten – rust niet meegerekend blijft; in verlengingen is 6de wissel toegelaten).
• Beker van België U19: vanaf de eerste ronde is een maximaal van 7 wisselspelers toegelaten (maximaal van 5 door te voeren wissels op 3 momenten – rust niet meegerekend - blijft; in verlengingen is 6de wissel toegelaten).
• Elite Jeugd (doorlopende wissel)
o U15 en U16: een maximaal van 7 wisselspelers is toegelaten.
o U10 tot U14: een maximaal van 7 wisselspelers is toegelaten.
• Laagste provinciale afdeling vrouwen: doorlopende wissels; met een maximaal van 5 toegelaten wisselspelers.
Regel 4 – Uitrusting van de spelers
De scheenbeschermers: deze moeten bestaan uit geschikt materiaal en een passende grootte hebben om een aanvaardbare graad van bescherming te bieden en moeten bedekt zijn door de sokken (die nog maar tot aan het midden van de kuit moeten komen). Spelers zijn verantwoordelijk voor de grootte en geschiktheid van hun scheenbeschermers.
Regel 5 – De scheidsrechter
De scheidsrechters zijn verplicht de uitrusting met het embleem te dragen dat hen ter beschikking wordt gesteld door de KBVB of Voetbal Vlaanderen. De voorzijde van het shirt is steeds voorbehouden voor het embleem van de KBVB of Voetbal Vlaanderen.
Regel 7 – Duur van de wedstrijd
Dames: in eindrondes en Beker van Belgiê: ook verlengingen.
Regel 8 – Het begin en de hervatting van het spel
Scheidsrechtersbal
Als op het moment dat het spel werd onderbroken
• De bal in het strafschopgebied was, dan laat de scheidsrechter de bal vallen voor de verdedigende doelman in zijn strafschopgebied.
• De bal buiten het strafschopgebied was, dan laat de scheidsrechter de bal vallen voor een speler van het team dat balbezit had of zou krijgen indien dit vastgesteld kon worden door de scheidsrechters.
• In alle andere gevallen, laat de scheidsrechter de bal vallen voor één speler van het team dat de bal als laatste heeft aangeraakt. De scheidsrechtersbal wordt uitgevoerd op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
Regel 9 - De bal in en uit het spel
Als, zonder de intentie te hebben om het spel oneerlijk te hinderen, een teamofficial, wisselspeler, uitgesloten speler of speler die tijdelijk buiten het speelveld is (blessure, uitrusting aanpassen, …) de bal aanraakt terwijl de bal nog in het spel is, maar duidelijk het speelveld is aan het verlaten, wordt dit bestraft met een indirecte vrije schop; er volgt geen disciplinaire sanctie.
Regel 11 - Buitenspel
Het moment waarop buitenspel beoordeeld wordt, is het eerste contactpunt wan- neer een bal geraakt of gespeeld wordt; wanneer de bal echter door de doelman wordt gegooid, moet het laatste contactpunt worden gebruikt.
Regel 12 – Overtredingen en onsportief gedrag
Een hoekschop wordt toegekend indien een doelverdediger binnen het eigen strafschopgebied de bal langer dan 8 seconden in de hand(en)/arm(en) onder controle heeft alvorens hem los te laten.
Een doelverdediger wordt geacht de bal met zijn hand(en)/arm(en) onder controle te hebben wanneer:
• De bal zich tussen zijn hand(en/arm(en) bevindt of tussen zijn hand(en/arm(en) en enig ander oppervlak (bv. grond, eigen lichaam).
• De bal op zijn uitgestrekte open hand houdt.
• De bal op de grond laat terug botsen of in de lucht gooit.
De scheidsrechter beslist wanneer de doelverdediger de bal in bezit heeft en wanneer de 8 seconden beginnen en zal de laatste 5 seconden zichtbaar aftellen met een omhoog gehouden hand.
Een doelverdediger mag niet worden aangevallen door een tegenstander als hij de bal met zijn hand(en/arm(en) onder controle heeft.
Regel 14 – Strafschop
• De strafschopnemer trapt de bal per ongeluk met beide voeten tegelijk of de bal raakt direct na de trap de niet-trappende voet of been
o Als de trap succesvol is, wordt deze hernomen.
o Als de trap niet succesvol is, wordt een indirecte vrije trap toegekend (tenzij descheidsrechter voordeel geeft wanneer dit duidelijk in het voordeel is van het verdedigende team) of, in het geval van strafschoppen (strafschoppenserie), wordt de trap als gemist geregistreerd.
• De strafschopnemer trapt de bal opzettelijk met beide voeten tegelijk of raakt de bal opzettelijk een tweede keer aan voordat deze een andere speler heeft geraakt
o Een indirecte vrije trap wordt toegekend (tenzij de scheidsrechter voordeel geeft wanneer dit duidelijk in het voordeel is van het verdedigende team) of, in het geval van strafschoppen (strafschoppenserie), wordt de trap als gemist geregistreerd.
donderdag 31 juli